De bevalling

Bevallen

Het begint! Een normale bevalling zal na ongeveer negen maanden plaatsvinden. Dit kan tussen de 37 en 42 weken van je zwangerschap zijn. Je krijgt weeën en je vliezen breken.

De bevalling zelf bestaat uit verschillende fasen, namelijk de ontsluitingsfase, de uitdrijvingsfase en de nageboorte. Een gemiddelde bevalling duurt tien uur. Dit verschilt uiteraard per vrouw.

Je vliezen breken

De bevalling kan zich aankondigen door het breken van de vliezen. Dit gebeurt maar in 10% van de gevallen. Niet iedere vrouw merkt dat ze vruchtwater verliest. Dit kunnen namelijk ook maar een paar drupjes zijn. Vaak breekt je vruchtwater pas later of helemaal niet. Je verloskundige zal je vruchtwater dan vlak voor je bevalling breken.

Het verschil met afscheiding is dat vruchtwater echt als water voelt. Afscheiding is dikker en slijmeriger. Wanneer je vruchtwater verliest, wacht dan de weeën af. Gebeurt dit niet binnen 24 uur? Waarschuw je verloskundige.

Ook kan je vruchtwater bruinig of groenig zijn. Het is dan belangrijk om je verloskundige in te schakelen. Je baby heeft mogelijk in het vruchtwater gepoept en moet snel geboren worden.

Weeën

Wanneer je weeën krijgt weet je dat de bevalling zich aankondigt. Aan het einde van je zwangerschap kun je harde buiken nog wel eens verwarren met weeën. De echte voorweeën zijn meestal pijnlijker en zul je uiteindelijk ook regelmatiger gaan voelen. Lees meer in ons hoofdstuk over weeën.

Ontsluitingsfase

Officieel is de ontsluitingsfase de eerste fase van de echte bevalling. Je baarmoeder gaat open en de weeën komen steeds sneller op gang. Door de weeën wordt je baarmoedermond groter. Uiteindelijk zul je de weeën moeten wegpuffen en kan je persdrang voelen. Wanneer de baarmoedermond 10 centimeter groot is heb je volledige ontsluiting en kan de bevalling beginnen. Tussen de eerste wee en volledige ontsluiting kan zeven uur of langer zitten. Dit verschilt natuurlijk heel erg per vrouw. De laatste fase van de ontsluiting kan erg pijnlijk zijn.

Uitdrijvingsfase

De uitdrijvingsfase is de tweede officiële fase van de bevalling. Je kindje wordt nu echt geboren. Je hebt sterke persweeën die pijnlijk kunnen zijn. Deze duwen je kindje als het ware naar buiten. Bij een normale bevalling wordt eerst het hoofdje geboren, maar je baby kan ook in een stuitligging geboren worden. Soms is er hulp nodig, bijvoorbeeld door middel van een vacuümpomp. Dit gebeurt wanneer je kindje vast komt te zitten tijdens de bevalling of wanneer deze fase te lang duurt.

Luister goed naar je verloskundige en/of gynaecoloog. Zij zorgen ervoor dat je zo min mogelijk inscheurt en dat je kindje zo goed mogelijk ter wereld komt.

Nageboorte

Nadat je kindje geboren is, wordt de placenta uitgedreven. Een ander woord voor placenta is moederkoek of nageboorte. De placenta zorgde er, samen met de navelstreng, voor dat je kindje goed gevoed werd.  Deze placenta wordt ook officieel geboren, ongeveer twintig minuten nadat je kindje ter wereld is gekomen. Sommige vrouwen nemen de placenta mee naar huis, maar je kunt deze ook gewoon achterlaten in het ziekenhuis of bij je verloskundige.